Een fotowand van 9 lijsten betekent 9 tot 18 boorgaten, en de fout die het meest kost is niet een scheve compositie maar een muur vol gaten die er niet meer uit gaan. De werkwijze is daarom: eerst op de vloer, dan met papieren mallen op de wand, en pas boren als er niets meer verschuift.
Kies een raster of een losse compositie, en leg hem eerst op de vloer
Er zijn twee manieren om een verzameling lijsten op te hangen, en ze verdragen elkaar slecht. Een raster gebruikt lijsten van gelijke maat met overal dezelfde tussenruimte en oogt rustig en formeel; het werkt goed in een hal, boven een dressoir of in een strak interieur. Een losse compositie combineert verschillende maten rond een denkbeeldig middelpunt en oogt levendiger, maar vraagt meer oefening.
Wat niet werkt is de tussenweg: bijna-gelijke maten met bijna-gelijke afstanden leest het oog als een mislukt raster.
De keuze heeft ook een praktische kant. Een raster is uit te zetten met twee maten en een waterpas; een losse compositie is dat niet, en daar heeft u de mallen echt bij nodig.
Meet het beschikbare wandvlak op en teken die maten met afplaktape af op de vloer. Schuif de lijsten daarbinnen net zo lang tot de verdeling klopt, en fotografeer het resultaat van bovenaf voordat u iets ophangt.
Wie dat overslaat, boort onvermijdelijk gaten die achteraf niet blijken te kloppen. En een boorgat in gipsplaat is met wat vulmiddel weg te werken, maar het bijgewerkte plekje blijft in strijklicht zichtbaar tot de hele wand opnieuw geschilderd is.
Fotografeer recht van boven, niet schuin. Een schuine foto vertekent de verhoudingen precies genoeg om u op het verkeerde been te zetten.
Zet uit met papieren mallen, niet met een potlood
De stap die het verschil maakt: trek elke lijst over op krantenpapier, knip de vellen uit en hang ze met schilderstape op de wand. U ziet de compositie dan op ware grootte en op de juiste hoogte, en u kunt eindeloos schuiven zonder één gat.
Zet op elke mal ook het ophangpunt aan. Meet daarvoor aan de achterkant van de lijst hoe ver de haak of het koord onder de bovenrand zit, met het koord strak omhoog getrokken, en prik dat punt door de mal heen. Als de mallen hangen waar u ze wilt, boort u dwars door het geprikte punt. Zo hoeft u de hoogte geen tweede keer om te rekenen.
Laat de mallen een avond hangen. Een compositie die om vier uur 's middags klopt, kan bij lamplicht anders uitvallen, omdat een spot of een staande lamp de bovenste rij uitlicht en de onderste in de schaduw zet.
Houd de tussenruimte klein en overal gelijk
De meest voorkomende fout bij een fotowand is te veel lucht tussen de lijsten. 5 tot 8 cm is voor de meeste formaten de juiste orde van grootte; bij kleine lijsten mag het naar 3 cm.
Zodra de afstanden groter worden dan ongeveer 10 cm, vallen de lijsten uit elkaar en ziet u geen wand meer maar losse plaatjes. Belangrijker nog dan de exacte maat is dat de afstand overal hetzelfde is, ook diagonaal tussen lijsten die elkaar net niet raken.
Meet die afstand met een strookje karton op de gewenste maat in plaats van met een rolmaat. U legt het strookje tussen twee mallen en schuift tot het past; dat gaat sneller en levert een gelijkmatiger resultaat dan tien keer aflezen.
Bouw op vanuit het zwaartepunt
Begin bij het ophangen met het grootste of visueel zwaarste werk en plaats dat iets uit het midden, op ongeveer 145 cm. Hang daaromheen de rest, waarbij u donkere en lichte beelden afwisselt zodat het gewicht verdeeld blijft.
Houd de buitenrand van de hele compositie als een denkbeeldige rechthoek in de gaten: die mag onregelmatig zijn, maar niet zo grillig dat er aan één kant een lange sliert ontstaat. Werk van binnen naar buiten, niet van links naar rechts.
Eén element vasthouden geeft samenhang: dat kan de lijstkleur zijn, maar ook de beeldsoort, bijvoorbeeld alleen zwart-wit of alleen dezelfde kleurfamilie. Wie zowel de lijsten als de beelden laat variëren, houdt een rommelig geheel over, hoe goed de compositie ook is.
Boren, en wat u doet als het toch misgaat
Reken per lijst op één of twee gaten en tel ze vooraf op. Bij 9 lijsten met twee ophangpunten zijn dat 18 gaten in een vlak van misschien 2 bij 1,5 m, en dat is genoeg om de vraag te stellen of alle lijsten wel aan de muur moeten. Een deel op een smalle richel of een plank laten leunen scheelt gaten en maakt de wand later makkelijker te veranderen.
Kies de bevestiging op het gewicht van elke lijst apart, niet op het zwaarste exemplaar. Een lijst van 500 g hoeft niet aan een hollewandplug; een spijkerhaakje volstaat en laat een gaatje achter dat met wat vulmiddel verdwijnt.
Zit er een gat verkeerd, vul het dan meteen, voordat u verder werkt. Vulmiddel op een gat naast een hangende lijst aanbrengen is aanzienlijk lastiger dan op een lege wand, en uitgestelde gaatjes blijven meestal jaren staan. Voor wie helemaal niet mag boren, staan de alternatieven in wanddecoratie zonder boren.



