Een tekst op de muur staat of valt bij twee maten: de letterhoogte in verhouding tot de kijkafstand, en de regelafstand in verhouding tot de letterhoogte. Daarnaast geldt één regel die alle andere overtreft: een gesneden tekst is definitief, dus de spelling moet kloppen voordat er iets gesneden wordt.
Dunne schreefletters overleven het snijproces slecht
Een tekststicker wordt uit een vel vinyl gesneden, waarna alles rondom de letters wordt weggeplukt. Lettertypen met heel dunne haarlijnen of lange sierlijke uitlopers hebben op die plekken nauwelijks materiaal. Bij het weghalen van het restvinyl scheuren ze, en wat blijft zitten laat later als eerste los.
Schreefloze letters met een gelijkmatige lijndikte zijn het veiligst. Wilt u toch een handgeschreven of kalligrafische letter, kies dan een variant met een stevige minimumdikte en vergroot de tekst iets, zodat ook de dunste delen genoeg breedte houden. Een bruikbare ondergrens is dat het dunste deel van een letter minstens 2 mm breed blijft in de uiteindelijke maat; daaronder wordt het weghalen van het restvinyl een precisieklus en scheurt er vrijwel altijd iets.
Losse accenten en puntjes op de i zijn een aparte zorg. Die liggen los op de transfertape en verschuiven makkelijk. Bij een tekst met veel accenten is het verstandig om de transfertape na het aanbrengen extra lang te laten zitten en hem heel langzaam af te trekken.
Letterhoogte bepaalt de leesafstand
Een bruikbare vuistregel is dat een letter van 1 cm hoog prettig leesbaar is op ongeveer 0,5 m afstand. Een tekst die vanaf de andere kant van de woonkamer gelezen moet worden, zeg op 4 m, heeft dus letters van rond de 8 cm nodig. Kijk daarbij niet naar de totale breedte van het ontwerp maar naar de hoogte van de kleine letters, want juist die bepaalt de leesbaarheid.
Meet de afstand in de kamer op voordat u een maat bestelt. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de meeste teleurstellingen bij tekststickers zijn maatteleurstellingen: op het scherm staat een ontwerp van 120 cm breed er indrukwekkend uit, en op een wand van 4 m breed valt het weg.
De verhouding tot het wandvlak telt daarnaast apart. Een tekst die ongeveer twee derde van het beschikbare vrije wandvlak beslaat, oogt in de praktijk rustig. Wordt hij smaller, dan gaat hij zweven; wordt hij breder, dan raakt hij te dicht bij de hoeken.
Regelafstand en woordafstand maken of breken het beeld
Bij grote letters oogt de standaardregelafstand van een tekstverwerker al snel te ruim; de regels vallen dan uit elkaar tot losse stroken. Houd bij een tekst op de muur ongeveer 1 tot 1,5 keer de letterhoogte aan tussen twee regels. Hoe groter de letter, hoe krapper die verhouding mag zijn.
Bij een citaat van meerdere regels helpt het om de regels af te breken op een logische plek in de zin in plaats van precies in het midden, zodat de tekst ook inhoudelijk goed leest. Een regel die eindigt op een lidwoord of een voorzetsel valt op als een fout, ook bij wie niet weet waarom.
Kijk ook naar de woordafstand. Software zet die vaak te ruim voor grote formaten. Print het ontwerp op ware grootte uit, leg de vellen naast elkaar en beoordeel het van 3 m afstand; onregelmatige woordafstanden zijn op die afstand meteen zichtbaar en op het scherm niet.
Controleer de spelling drie keer, want corrigeren kan niet
Een gesneden tekst is definitief. Een ontbrekende letter of een verkeerde apostrof kunt u niet bijwerken zoals bij een geprinte poster; er moet een volledig nieuwe sticker komen. Laat de tekst daarom door iemand anders nalezen en let vooral op aanhalingstekens, accenten en de naam van een persoon of merk.
Twee fouten komen bij Nederlandse tekststickers opvallend vaak voor. De eerste is het rechte aanhalingsteken uit een tekstverwerker in plaats van het typografische enkele of dubbele aanhalingsteken; op 8 cm hoogte is dat verschil goed te zien. De tweede is de apostrof in een meervoud dat er geen nodig heeft.
Print het ontwerp op ware grootte op papier, hang het op de wand en kijk er een dag later nog eens naar. Dat is dezelfde papieren proef die ook bij een muursticker de juiste maat en plek bepaalt, en hij is bij tekst nog belangrijker omdat er niets meer te herstellen valt.
Kleur en contrast bepalen of de tekst leest
Een tekst wordt leesbaar door verschil in helderheid tussen letter en ondergrond, niet door verschil in kleur alleen. Donkergrijs op middengrijs oogt op de proefdruk vaak nog acceptabel, maar verdwijnt op de wand zodra het daglicht afneemt. Houd aan dat de letter duidelijk lichter of duidelijk donkerder moet zijn dan de muur.
Metallic folie is een categorie apart. Goud, koper en zilver hebben op zichzelf weinig contrast en worden pas zichtbaar wanneer er licht op weerkaatst. Op een wand zonder gerichte verlichting vallen ze daardoor tegen; met een spot erop worden ze juist het meest opvallende element van de kamer. Wie metallic overweegt, moet dus eerst weten of er licht op komt.
Een test die niets kost: maak een foto van de wand met uw telefoon en zet die om naar zwart-wit. Verdwijnt het verschil tussen de beoogde letterkleur en de muur in dat grijsbeeld, dan verdwijnt de tekst 's avonds ook.
Recht krijgen en recht houden
Een tekst is onverbiddelijker dan een silhouet: een afwijking van 2 mm over 1 m breedte ziet niemand bij een tak, maar bij een regel tekst valt hij meteen op. De onderkant van de letters is de lijn waar het oog op afgaat, niet de bovenkant.
Trek daarom met een waterpas een lichte potloodlijn onder de onderkant van de kleine letters, niet onder de stokken en staarten. Plak de sticker met schilderstape bovenlangs vast als scharnier, controleer de lijn nog eenmaal en werk daarna van boven naar beneden.
Bij een lange tekst van meer dan 1,5 m is het verstandig de sticker in het midden verticaal door te knippen door de transfertape heen, tussen twee woorden. U plakt dan eerst de linkerhelft en daarna de rechter, met een korte controle daartussen. Dat halveert de kans dat een kleine scheefstand aan het begin zich aan het eind opstapelt.



